Vrij Zijn!

Vrij zijn…

vrij

Meditatiegroep in Amersfoort Vathorst

Ken je dat gevoel van de zomervakantie; dat je je vrij, onbezorgd en onbezet voelt? Dat gevoel dat je graag wil vasthouden? Helaas lukt dat niet. Dat merk ik tenminste keer op keer.

Wat wel kan is tijdens meditatie ervaren dat je eigenlijk altijd al vrij bent. Het is een gewoonte om je te laten bezetten door agenda’s, zorgen, plannen en de vaart van de dag. Maar als je daar een breuk mee maakt door te mediteren zal je je realiseren dat je altijd al vrij en onbezet bent.

Word je nieuwsgierig, wil je dit ook graag ervaren en vind je het fijn om in een groep te mediteren? Meld je dan aan!

Er is ruimte voor een groep van maximaal 7 mensen op Vrijdagochtend. Om 9 uur is er inloop met koffie en om 9.15 uur starten we met meditatie in beweging gevolgd door zitmeditatie. Er is ruimte om te delen wat je tegenkomt in de meditatie en daarna ronden we om half elf af.

Als je regelmatig mediteert zal je merken dat je minder terug valt in oude patronen en gewoonten. Je wordt ruimer en minder bezorgd. Ook zal je merken dat je makkelijker omgaat met problemen en zorgen. Ze zijn er nog wel, maar je valt er niet meer mee samen. Mediteren maakt je letterlijk Vrij!

Wil jij samen met mij in een kleine groep vieren dat je vrij bent? Meld je dan graag aan.

Op 11 september kan je kosteloos komen kennismaken. Daarna geef je je op voor 6 keer op de volgende data: 18 september, 2 oktober, 9 oktober, 30 oktober, 13 november, 20 november.

Kosten: €80,-

Wil je meer weten of je opgeven? Ik hoor het graag via het contactformulier of een persoonlijk bericht.

tot gauw!

Genuanceerde Piet

Sinds de Zwarte Piet discussie is gestart luister ik met groeiende verbazing naar de verschillende  meningen en argumenten. Kamp-voor en kamp-tegen lijken steeds verder van elkaar verwijderd. Onze dochter van 10 zegt over de discussie: ’Zwarte Piet maakt kinderen blij, dus hij moet blijven!’ Een heldere mening met een goed argument vóór. Ik heb er niets tegenin te brengen. En toch blijft het ‘knagen’.

Dat  Albert Heijn haar klanten ook nog eens ging uitleggen dat ze Zwarte Piet echt niet gingen mijden na een stroom van kritiek op onder andere Facebook, maakt mijn gevoel van ongenoegen en ongerustheid groter. Niet eens omdat ik op de barricade sta en vind dat Zwarte Piet moet blijven of verdwijnen.

 

Tot ik onlangs het artikel van Marcel Lubberts in de Volkskrant las. Hij geeft woorden aan het gevoel dat ik over deze discussie heb: ‘Kunnen blanke Nederlanders beslissen of Zwarte Piet beledigend is of niet? Nee. Of ik voor of tegen Zwarte Piet ben? Geen van beiden. Je bent voor of tegen de doodstraf. Niet voor of tegen Zwarte Piet. Ik vind dat we rekening moeten houden met alle mensen, of ze zich nou ‘voorstander’ of ‘tegenstander’ noemen. Wat is er mis mee om Zwarte Piet iets minder prominent te laten verschijnen? Wat is er mis mee om hem iets minder zwart en iets minder knecht te maken? Zo blijft de traditie bestaan, aar kwetsen we niemand Kinderen zal het echt niet uitmaken. Het zijn volwassen mensen die zich boos maken. Laten we in deze tijd waarin er zo veel ellende in de wereld is een voorbeeld geven. Laten we meer betrokkenheid tussen bevolkingsgroepen tonen. Laten we de hele discussie over Zwarte Piet in perspectief zien en ons van beide kanten niet zo boos maken. Laten we in het klein een voorbeeld geven dat we rekening houden met elkaar. Laten we solidair zijn. Laten we trots zijn.’

Ik lees het stukje voor aan onze dochter. Ze zegt: ‘Het is ook de bedoeling dat Piet alle mensen blij maakt, dus ik vind het een goed idee’.

Wat zou het fijn zijn als we wat meer in dialoog gaan in plaats van in discussie. Dat we wat meer rekening houden met de gevoelens van de ander. Van nuanceren krijgt de wereld wat meer kleur en hoeft Piet niet wit te worden of zwart te blijven, maar misschien een beetje er tussenin.

IMG-20141013-WA0001

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Opvoedbrillen en een vrije blik.

‘Wat hij in zijn kop heeft, heeft hij niet in zijn kont’. Een spreekwoord dat bedacht kan zijn voor onze zoon van 9. Hij is een levendige en gevoelige dromer. En als hij een droom, een wens of een plan heeft is hij er niet meer af te brengen. Een net zo prachtige als ook irritante eigenschap.

Hij kan eindeloos blijven hangen in iets dat hij wil doen of in iets dat hij juist niet wil. Vandaag wilde hij heel graag toch nog bij een vriendje spelen en helemaal niet mee met de hond lopen. Als ik dan niet duidelijk ben of het even nog niet weet blijft hij daarin hangen.

Vanuit mijn ‘geïrriteerde moeder’ rol zie ik dan een drammerig kind dat zeurt en niet ophoudt.

Vanuit mijn ‘gekwetse moeder’ rol zie ik dan een kind dat overal wil zijn behalve bij mij.

Vanuit mijn ‘correcte opvoeder’ rol zie ik dan een kind dat meer duidelijkheid nodig heeft.

Allemaal rollen van waaruit de mildheid naar mijzelf en mijn zoon ver te zoeken is.

Nu mag ik sinds ik een half jaar geleden de ouderworkshop volgde aan de school voor Zijnsoriëntatie af en toe genieten van een andere blik. Ik zie mijn zoon of dochter vanuit een vrije blik. Ik zie in dit geval hoe enthousiast hij is om bij een vriendje te spelen en hoe logisch het is dat hij niet met de hond wil lopen.

Maar belangrijker nog: Ik zie hoe zijn ja tegen de vriend en nee tegen samen met de hond lopen, niks, maar dan ook helemaal niks met mij te maken hebben. En hoe vaak gebeurt het wel niet dat ik ik mijn kinderen hun verhaal in het mijne trek, waardoor ik de gekwetste of geïrriteerde ouder word.

Wat zou het fijn zijn geweest als ik toen ik nog juf was vaker door deze vrije bril had kunnen kijken. Zodat ik had kunnen zien dat bepaald lastig gedrag niet tegen mij gericht was. Zodat ik had kunnen zien dat Ismaël en Mandy net als ik in hun eigen verhaal zaten en daarin net zo aan het klungelen waren als ik.

Wat is het fijn dat ik nu nog veel in klassen mag observeren en samen met de leerkracht naar deze scenes mag kijken. Want het inzicht dat iedereen in zijn eigen verhaal zit en dat dat vaak niets met de ander te maken heeft is een net zo ontmantelende als fijne ontdekking.

naamloos

Tevoorschijn komen

Vijf jaar geleden werd ik ‘betoverd’ door Zijnsoriëntatie. De school voor Zijnsoriëntatie in Utrecht is een school voor de levenskunst. Het is een bewustwordingspad, waarbij je leert om te zijn wie je altijd al geweest bent en te doen wat je wilt. In dat proces kom je veel van jezelf en je geschiedenis tegen. Je leert die verhalen los te laten en niet meer leidend te zijn voor hoe je je leven vorm geeft. Zo krijg je meer ruimte in jezelf en straal je een spontane wijsheid en gevoeligheid uit.  In het vormgeven van wat je werkelijk wilt, moet je ruimer durven zijn dan de historisch bepaalde aannames over jezelf en de wereld.

Dit jaar ben ik begonnen met de opleiding tot leraar zijnsoriëntatie. Een mooie proces waar ik voor de uitdaging sta om tevoorschijn te komen in de begeleiding die ik geef. Zijnsoriëntatie en bewustwording niet meer ‘invlechten’ in het werk dat ik doe maar een expliciete plek geven.

Dat is spannend. Dat is tevoorschijn komen.

Wat ik heb geleerd de afgelopen jaren en wat ik steeds weer opnieuw ontdek is hoe bevrijdend het is om angsten niet meer weg te stoppen en de emoties niet te parkeren. Maar ook om diezelfde angsten niet op te willen lossen of om helemaal op te gaan in de emoties. Wat ik steeds weer leer is om deze gevoelens en ervaringen waar te laten zijn. Om er vervolgens niets mee te hoeven. De ruimte die dan ontstaat is net zo gewoon als bijzonder. Dat ik ruimer ben dan de emoties waar ik normaal in verstrikt raak is een grote bevrijding.

In een coachingsgesprek vorige week deelde een schoolleider haar twijfels. ‘Ik moet dit niet teveel toelaten en op een gegeven moment weer parkeren. Anders neemt het me over’. Ik keek haar aan en zei: ’En stel je eens voor dat deze twijfels en gevoelens van ongenoegen er gewoon zijn? Dat je er niet in hoeft op te gaan, dat je ze niet hoeft op te lossen, maar dat ze ook niet hoeft te parkeren of moet weg zetten?’ De schoolleider keek mij aan. ‘Wat gebeurt er nu?’ Vroeg ik. ‘Het wordt open, ik voel me ruimer’.

Het was een klein magisch momentje. Een ontdekking dat je op je gemak kan raken als je het ongemak toestaat. En voor mij was het een stapje tevoorschijn komen.

 20120922_122610

 

 

De taal achter een zucht…

Een paar dagen geleden ging ik onze dochter van 10 en zoon van 9 welterusten zeggen.

Ik liep langs de kamer van onze dochter. Ze had de logeerbank uitgeschoven en opgemaakt. Een tweepersoonsplekje vol kussens en knuffels, helemaal voor haar alleen. Er ontglipte mij een zucht waar heel eerlijk gezegd de volgende lading onder zat: ’Wat een gedoe, is dat nou nodig’. En ik vervolgde mijn weg richting de kamer van haar broertje om hem ook welterusten te zeggen.

Toen ik terug kwam had ze de bedbank weer opgeruimd en lag ze in haar eigen bed. Ik vroeg haar waarom ze dat gedaan had. ‘Je zuchtte en ik dacht dat je het vervelend vond’. Ik schrok en realiseerde mij het effect van mijn zucht: ‘Lieve schat, je hoeft niet op een zucht te reageren. Het is aan mij om te vertellen dat ik iets niet wil. Maar een zucht is geen taal waar je naar hoeft te luisteren. Die zucht was van mij. Daar hoefde jij niets mee te doen’.

Dit was een bijzonder en ook mooi moment waarop ik in mijn eigen spiegel mocht kijken. Van zo’n dochter slaak ik een zucht van verlichting.

zucht

De professionele kracht van de kwetsbare leraar

Iedereen kent de basisbehoeften van Luuk Stevens. Op de scholen waar ik kom onderschrijven schoolteams de basisbehoeften voor hun leerlingen ruimhartig:

Autonomie: Je mag precies zijn wie je bent en waar mogelijk zelf verantwoordelijkheid dragen.

Relatie: Je hoort erbij in de groep. Je bent welkom als je er bent en wordt gemist als je er niet bent.

Competentie: Wat je kan doet er toe en je krijgt bij ons ruimte om te leren wat je nog niet kan.

Als school werk je voortdurend vanuit de basisbehoeften. Maar daarnaast leer je de leerlingen aan de hand van de basisbehoeften ook reflecteren. Ze krijgen handvatten en leren vaardigheden om het aan te geven als ze zich niet gezien voelen, als ze geen ruimte krijgen of als ze er niet bij horen. Ze leren daar zelf iets aan te doen. Dit, zodat ze later als ze groot zijn ook kunnen aangeven waar ze tegenaan lopen zodat ze weer kunnen samenwerken samenleven en samen leren.

Reflecteren op deze basisvoorwaarden en het aanleren van vaardigheden om hieraan te werken is een proces dat nooit stopt. Het gaat je hele leven door.

Gek genoeg vergeten teams zichzelf en hun collega’s nog al eens op dit vlak. Zie ik leraren die in hun eentje door ploeteren als het lastig gaat, als ze zich niet gezien voelen, als ze niet de ruimte krijgen om eigen koers te bepalen of als ze iets nog niet onder de knie hebben.

Het is een bekend patroon om alleen te blijven ploeteren als het lastig loopt. Vaak hoor je van een goede vriend of vriendin ook pas na een crisis dat het niet goed gegaan is. Maar eigenlijk kan dit niet in een professionele werkomgeving.

Geef het aan als je tegen problemen aan loopt. Word net zo’n held als je leerlingen die juist van jou leren om goede vragen te stellen. Blijf niet in je eentje doormodderen of mokken in je groep of je kantoor. Deel je zorg, je twijfel of je ongenoegen. Zodat je daadwerkelijk werkt aan je eigen basisbehoeften. Zodat je weer in je kracht kan komen en kan gaan samenwerken samenleven en samen leren. Dat jij de verandering gaat zijn, die je bij de kinderen ook zo graag wilt zien.

Als je je kwetsbaarheid toont ben je een professionele kracht!

Lief kind van groep 7

Deze week hebben je de entree toets. Een toets om te kijken waar je staat op het gebied van de verschillende vakken. Een toets om in te schatten naar welke vorm van onderwijs je waarschijnlijk kan gaan na groep 8. Een toets voor de toekomst.

Ik zou je willen vragen;

-Waar hou jij heel erg van?

-Waar maak jij je boos over?

-Wat vind jij in het nieuws op het moment belangrijk?

-Welke juf of meester ga je nooit vergeten en waarom?

-Wat vind je heel erg leuk om te doen?

-Wat wil jij graag veranderen?

-Wat is je liefste wens?

Vragen die niet gaan over wat je kan, vragen die gaan over wie je bent, wat voor jou belangrijk is en waar jij je druk om maakt. Als je deze vragen vanaf nu twee keer per jaar beantwoordt, kunnen ze je helpen om keuzes te maken in de toekomst.  Om de thema’s te zien die als je later groot bent, altijd al belangrijk voor je blijken te zijn geweest.

Dezelfde vragen die jouw ouders zichzelf op dit moment stellen. Zij komen er nu misschien achter dat ze sommige vragen nog niet goed kunnen beantwoorden. Zij ontdekken wellicht nu pas wat jij al veel eerder ontdekt. Wie jij bent.

Veel succes deze week met de entree toets! Het is een mooi moment om te zien wat je nu kan. En vergis je niet: het is niet een moment om te zien wie je altijd al bent geweest!

Leven naar de seizoenen

jaargetijden

Hoe fijn zou het zijn,

om te leven volgens ‘t ritme van de jaargetijden.

Periodes van drukte, spelen, geluk en ook lijden.

 

In de donkere dagen naar binnen keren,

en als de dagen langer worden; uit de veren!

Ik raakte door deze gedachte geïnspireerd,

en heb dit gedicht speciaal voor jou gecreëerd.

 

De herfst

De bladeren vallen ze vormen een deken,

waar je het liefst onder blijft liggen wel 16 weken.

De nachten zijn lang en verstoten de dagen,

tijd voor het stellen van levensvragen.

Als alles dan donker is om je heen,

je voelt je niet eenzaam maar bent wel alleen,

Ontsteek dan het lichtend vuur dat nooit meer dooft,

en denk aan de mensen en zielen waar je in gelooft.

 

De winter

De stilte, de ruimte, de schoonheid van kou,

ze beneemt je de adem, slaat sterren in dauw.

De maanden van rust en het lengen der dagen,

de maanden van antwoorden op vele vragen.

De winter is zwanger van nieuwe plannen en nieuw leven,

de tijd om je liefde aan naasten te geven.

 

Lente

Het jaargetijde van nieuw leven,

weer licht op straat tot zeker half zeven.

Van bloemen in bloei en bomen in knoppen,

van zon op de ramen die je dan weer moet soppen.

Leven vanuit waarden, weg met de normen,

Je plannen voorzien van vaste vormen!

 

Zomer

Dansen tot aan de langste dag,

met op je gezicht een grote lach.

De zon op je snuit en nieuwe mensen ontmoeten,

van zand tussen je tenen en neuzen vol sproeten.

Tijd voor het vieren van het leven,

tijd om te ontvangen en ruimhartig te geven.

 

Leef je leven gerust in het ritme der tijden,

Dat zal de mensen om je heen ook verblijden.

Het wordt tijd om het tij in het westen te keren,

Veel mensen hier kunnen dan wat van je leren!

 

 

De verwarring rond het stilte teken

Op veel scholen waar ik begeleid wordt het stilte teken gebruikt. Niet alleen bij grote bijeenkomsten voor de hele school is dit teken handig, maar ook in de verschillende groepen wordt het teken vaak ingezet. Er doen zich namelijk op iedere dag en in iedere les momenten voor waarop iedereen even moet stoppen om te luisteren.

Wat ik vaak zie bij het gebruik van het stilte teken is dat er verwarring over ontstaat. Ik zie bijvoorbeeld een leraar starten met het teken, leerlingen waarschuwen die nog niet zitten en leerlingen complimenteren die al klaar zitten. Daarnaast wordt er ook regelmatig geteld om de tijd aan te geven waarbinnen het stil moet zijn. Allemaal goede bedoelingen, maar helaas gaat het voorbij aan de kracht én de werking van het stilte teken.

Als je het stilte teken inzet is dit de betekenis:

– Iedereen stopt met werken en praten.

– Je hebt niets meer in je handen

– Je richt je tot de gene die het teken heeft ingezet (dit kan dus de leraar zijn, maar ook een leerling die bijvoorbeeld een spreekbeurt houdt)

Het stilte teken werkt alleen als je het op deze manier toepast en consequent gebruikt.

– als het echt nodig is;

– zonder herhaling, dus in één keer;

– zonder verdere aanwijzingen, uitleg of het maken van ‘ssst’ geluiden;

– als je wacht tot het helemaal stil is.

De regel moet zo duidelijk en vanzelfsprekend zijn, dat jij ze na inoefening en bespreking niet hoef te herhalen. Met je verwachting dat leerlingen zich daaraan houden ‘ben je de regel’!

Bij het inzetten van het stilte teken is het gebruikelijk dat de leerlingen die de leraar zien, het stilte teken mee gaan doen. Leerlingen die met de rug naar de leraar toe zitten krijgen op deze manier het signaal ook door. Het teken hoeft niet door iedereen te worden overgenomen. De functie van het mee doen is alleen om de stilte ‘door te fluisteren’. Leerlingen waarschuwen elkaar dus niet, maar doen de stilte mee.

In sommige teams ontstaat er discussie over de vorm van het stilte teken. Er zijn mensen die zich storen aan de hand in de lucht of aan het feit dat je met de school een afspraak maakt over een vast signaal. Ik raad toch altijd aan om daar een vaste vorm voor te kiezen omdat dat ondersteunend is bij grotere bijeenkomsten en het fijn is om een basis te hebben in de school van ‘zo zijn onze manieren’. Welk teken je als school kiest is vervolgens aan de school zelf. Gebruikelijk is: één vinger voor de mond en de andere arm tot de elleboog langs je lijf en de onderarm met ‘high five’ hand, naast je hoofd.

Tijdens het inzetten van het stilte teken heb je als leraar de ruimte om non-verbaal complimenten te geven en contact te maken. De rust komt in de groep en de ogen richten zich op de spreker. Een mooi moment om veel contact te hebben en even op adem te komen. Geniet van de stilte!

 

 

Het buitengewone in ‘gewoon’.

Gisteren was Anita Elberse bij DWDD. Zij is professor bij Harvard in Boston. Ze onderzoekt en verklaart de successen
van leiders in de sport. Een interessant onderzoek; wat maakt een leider een goede leider en welke strategieën blijken er te schuilen achter het succes? Een onderzoek dat wellicht kan worden uitgebreid naar het onderwijs en dat kan worden overgenomen en voortgezet door onszelf. Want hoe interessant is het om het geheim, de theorie te vinden die verscholen ligt achter goede ambachtelijkheid, duidelijke structuur, een liefdevolle groep of een stabiel en stevig team. Om de successen te verklaren van je team en je leraren!

Het geheim achter vragen die vaak niet beantwoord worden:

‘Hoe lukt het jou toch iedere keer om je groep goed te laten samenwerken?’

‘Hoe krijg jij het voor elkaar dat jouw team zo veel aanpakt?’

‘Het is bij jou altijd zo rustig in je les hoe krijg je dat toch voor elkaar?’

‘Ik weet het eigenlijk niet. Gewoon’.

Komt bovenstaande dialoog je bekend voor? Mij wel.

Is de leraar of de directeur die dit antwoord geeft bescheiden? Misschien, maar ik denk het niet.

Veel leraren en directeuren zijn vanuit bevlogenheid het onderwijs in gegaan. Ze hebben een studie afgerond, maar werken sinds dien vanuit diepe bezieling, en doen de dingen vaak intuïtief goed.

Dit kan zonde zijn, want meer bewustzijn krijgen op de kennis van waaruit je dingen goed doet, op ambachtelijkheid, de aanpak, maakt dat je kan delen en overbrengen wat je doet. Dat je je handelen kan bijsturen als dat nodig is en dat daardoor je visie op onderwijs en veranderen wordt aangescherpt. Als je hier meer zicht op krijgt leg je een stevige basis voor tijden dat het lastig gaat.

Het is hoog tijd voor collegiale consultatie vanuit een onderzoekende houding. Bij elkaar én naar elkaar kijken om de bron te vinden van waaruit je collega handelt. Om zicht te krijgen op de inhoud daarvan. Afkijken bij elkaar is leerzaam en werkt inspirerend. Het is bovendien een groot goed om je collega te helpen zich bewust te worden van zijn aanpak.

Wees in het nagesprek niet te mild voor elkaar. Durf ongegeneerd nieuwsgierig te zijn en de vraag achter de vraag te stellen om er achter te komen wat de overtuigingen zijn van je collega. Wat drijft hem of haar? Wie of wat zijn grote voorbeelden in zijn of haar leven? Welk gedrag stuit hem of haar tegen de borst? Wat doen ze iedere dag omdat het goed werkt voor de groep?

Wat heel goed werkt is dat je je aan elkaar spiegelt. Want als collega zie je vaak beter welke ogenschijnlijk gewone zaken de ander buiten gewoon maken.

Veel inspiratie gewenst bij de zoektocht naar het gewone, en ook buitengewone succes van je collega!